jun 1, 2016

Je bent hier: Home / 1 jun 2016

Verwen je planten met aarde en voeding

Categories: Tags:

Aarde voor zaadjes, hortensia’s of de moestuin en mest voor tomaten, kruiden of kleinfruit. Weet je door alle soorten die te koop zijn niet meer goed wat je nou allemaal moet aanschaffen? Verdiep je dan eerst in de belangrijkste voedingsstoffen voor planten en bepaal daarna pas wat je nodig hebt.

Daar sta je dan in de winkel. Keus zat, maar waarom zijn er zoveel verschillende soorten zakken aarde? Alle tuin- of potaarde bestaat uit een mengsel van turf, compost, meststoffen en zand. Zaai- en stekgrond bevat meer zand, hortensia-aarde meer turf en moestuingrond meer voedingsstoffen. De kleine bolletjes die vaak aan de aarde zijn toegevoegd bestaan uit de mineralen perliet of vermiculiet die water goed vasthouden en langzaam afgeven. Dankzij deze bolletjes komen de voedingsstoffen die door het water zijn opgenomen zo ook geleidelijk vrij.

Kant en klaar of niet?
Voor kweektafels en plantenbakken is het handig om kant en klare aarde te kopen, maar het wordt al gauw prijzig als je veel moet storten op de volle grond. Door goed te bemesten met compost (organische mest) bevorder je het bodemleven. Dat verluchtigt de aarde en voert nuttige voedingsstoffen aan. Wil je weten of de grond in je tuin luchtig genoeg is? Graaf een kuil. Als de aarde makkelijk uiteenvalt heb je een goede bodemstructuur. Harde grond maak je losser door het bovenste gedeelte met compost te mengen. Sowieso geldt voor alle soorten grond dat je met het huis-tuin-en-keukenwondermiddel compost de bodem verbetert.

Voedingsstoffen
De belangrijkste voedingsstoffen voor planten zijn stikstof (N), fosfor of fosfaat (P) kalium (K) en magnesium (Mg). Op zakken (kunst)mest zie je dan ook vaak de verhouding N, P, K en Mg staan. Hieronder lees je meer over de chemie tussen de belangrijkste voedingsstoffen en planten:

Stikstof (N)
Bevordert de bladgroei. Telen op te natte grond kan leiden tot een stikstoftekort. De bladeren zijn dan lichter gekleurd en oudere bladeren kunnen afvallen. Met koemestkorrels of bloedmeel los je dit weer op. Overbemesting kan juist leiden tot een stikstofoverschot. De planten groeien dan te snel en vormen traag bloemen en vruchten.

Fosfaat (P)
Zorgt voor sterke wortels. Afstervende of paars verkleurende bladeren en vruchten die niet goed willen ontwikkelen zijn symptomen van te weinig fosfaat. Stalmest en beendermeel helpen hiertegen. Een overdosering komt niet gauw voor en juist jonge planten kunnen wel wat extra fosfaat gebruiken.

Kalium (K)
Is belangrijk voor de bloei en vruchtvorming. Gele bladeren, bruine randen en bleke vruchten duiden op een kaliumtekort. Het helpt om extra stalmest en vinassekali toe te voegen. Zand- en leemgronden kunnen vaak wat extra kalium gebruiken.

Magnesium (Mg)
Is belangrijk voor de vorming van bladgroen (chlorofyl). Een tekort ontstaat vaak op zure (zand)gronden en uit zich in roestbruine tot gele vlekken. De bladnerven blijven dan groen. Kalk toevoegen neutraliseert. Dat kan bijvoorbeeld met dolomieten- of zeewierkalk maar ook met stalmest en kieseriet.

Natuurlijk is er nog veel meer te melden over voedingsstoffen en de bodem voor je planten. Als je je hier grondiger in wilt verdiepen kun je het Handboek Ecologisch Tuinieren van Velt er eens op naslaan.

sea-green-1239216_1920

0

Your Cart